janreudink Jan Reudink schilder kunstschilder Painter Maler

Pers:


Jan Reudink in de pers


Spittaler


artikel sachenburg



Jan Reudink (Sachsenburg, Ruurlo/NL)
Freischaffender Maler

Er arbeitet grenzüberschreitend

Der 73-jährige Jan Reudink hat seine „eigene Sprache“ gefunden. Seine Inspirationen holte er sich vor allem auf vielen Reisen bevor und hinter dem schwungvollen Pinselstrich verbirgt sich heute ein tiefsinniger Mensch, ein Reisender auf ewiger Durchreise. Jan Reudink lebt seit neun Jahren mit Gattin Els in Sachsenburg. In die Niederlande fährt er nur noch um einige Ausstellungen auszurichten und die Familie zu besuchen.

OVT: Herr Reudink, warum entschieden Sie sich vor neun Jahren auch Oberkärnten zum Mittelpunkt ihres Lebens zu machen? Jan Reudink: Ich habe Ruhe, Einsamkeit und saubere Luft gesucht um konzentriert „schöpfen“ zu können. Natürlich ist aber andererseits die schöne Berglandschaft hierzulande etwas, was mich persönlich ebenfalls sehr begeistert.

Die Niederlande und Österreich – wo liegen denn die Unterschiede?
Da sind viele Unterschiede. Österreich ist flächenmäßig zwar zwei Mal so groß wie die Niederlande, jedoch hat Österreich acht Millionen Einwohner und die Niederlande 17 Millionen. In Österreich ist daher mehr Raum, mehr Platz gegeben. Zudem ist das Klima ein wenig besser, ein bisschen mediterraner. Und ein Österreicher hat in meinen Augen einen freundlicheren Charakter.

Durch einen Verkehrsunfall mit 58 Jahren kamen Sie zur Malerei. Der Wunsch schlummerte aber bereits seit Kindertagen in Ihnen?
Ja, denn ich male intensiv seit meinem 16. Lebensjahr. Aber nach dem Unfall bin ich so richtig zum „fulltime“-Maler geworden. Jetzt male ich jeden Tag mit viel und voller Enthusiasmus.

Welcher Technik und welchem Stil haben Sie sich verschrieben?
Meine Technik bestimmt das Malen mit Ölfarben und Acryl-Farben und ich brauche zudem Hilfsmitteln, alles was nur möglich ist. Beispielsweise einen Fetzen, einen Schwamm, ein Messer, Zweige, etc. Bezüglich Stil: Ich habe ursprünglich mal angefangen Landschaften zu malen. Später wurde es dann immer mehr impressionistisch. Die „Holländische Meister“ Vincent van Gogh war mein großes Vorbild.

Woher beziehen Sie denn die Ideen für ihre abstrakten Werke?
Rasch geantwortet: Aus meiner Seele. Ich fange an und weiß nicht was ich malen will. Nach zehn Minuten, weiß ich wohin ich will. Abstraktes Malen ist eine Sache von Komposition – der Klang zwischen Farben und Reduzieren.

Warum ist auch die Kunstakademie Bad Reichenhall/D für Sie wichtig?
Dort kann ich vor allem wählen zwischen den vielen verschiedenen großen deutschen und österreichischen Maler, um mit ihnen zusammen eine Woche zu arbeiten. Ich wähle übrigens regelmäßig andere Künstler diesbezüglich aus.

Auf welche künstlerischen Highlights blicken Sie gern zurück?
Eine Ausstellung in Riga/Lettland war mein absolutes Highlight. Weiters waren Ausstellungen in einem Frankfurter Museum sowie in Sibiu (Hermannstadt/Rumänien) besonders. Ja, und viele erfolgreiche Ausstellungen in den Niederlanden, Deutschland und Österreich.

Hätten Sie noch einen Wunschtraum spezieller Art?
Reisen habe ich viel gemacht, zu viel vielleicht. Eigentlich ist mein Wunschtraum sehr simpel, einfach mit meiner Frau zusammen alt zu werden. Und jeden Tag in der Nigglai (Sachsenburg) beim Malen zu bleiben.

Wie gefällt Ihnen der „Oberkärntner Volltreffer“?
Da gibt es einige „ähnliche“ „Zeitungen“, wo man sich ebenfalls Informationen über Oberkärnten holen kann. Den Oberkärntner Volltreffer ist natürlich eine von.


Kurz gefragt:

Sternzeichen: Zwilling
Ich lese gerne: Österreichische Literatur und Henning Mankel, um die Sprache besser zu lernen.
Ich esse gerne: Regionale Küche, aber keine Karotten.
Mein künstlerisches Vorbild: Vincent van Gogh, Giselbert Hoke, uvm.
Mein Lebensmotto: Sich auf artistische Weise immer weiter zu entwickeln.





Parkschlossl


Parkschlossl


Parkschlossl


Parkschlossl


Parkschlossl


Parkschlossl


Parkschlossl


Parkschlossl


Parkschlossl


Bronkhorst
Bronkhorst

Bronkhorst


Bronkhorst


Bronkhorst


Bronkhorst


parkschlossl


malworkshop sachsenburg 2010


malworkshop sachsenburg 2010


Kunst im park


Interview


Interview


Interview


Interview Interview





1


23


2


Weltbummler


Atelier Ruurlo

Atelier Ruurlo

Atelier Ruurlo


Atelier Ruurlo


1


2


3


4





6




'Een schilderij moet zinderen voor je ogen'

Stentor Gelders dagblad en Tubantia door HERMAN HAVERKATE

20 NOVEMBER 2004 - BARCHEM - Een tekst, boven in z'n atelier, meldt dat kunst niet mooi hoeft te zijn. Jan Reudink, kunstschilder te Barchem, grossiert in dit soort teksten. Hij noteert ze, schildert ze op de muur of plakt ze in z'n schetsboek. Het zijn de middelen waarmee hij de onrust in zijn hoofd bezweert. 'Er spoken steeds gedachten door m'n kop. Omdat ik bang ben dat ik ze vergeet, schrijf ik ze op.'

Ter illustratie laat hij een van zijn schetsboekjes zien. Tekeningen, krabbeltjes, steekwoorden, complete zinnen. Een terras in Zuid-Frankrijk, een impressie van Barcelona. Het spoorboekje van een onrustige geest. 'Als ik iets zie wat me raakt, leg ik dat vast. Soms worden dat schilderijen, soms niet. Het schilderij is ook altijd een stap verder. Nooit zo maar een afbeelding van de werkelijkheid, maar altijd meer dan dat.'

Hij is 65 jaar, inmiddels. Full-time schilder, zeven dagen per week. Een zwierige hoed siert, buiten althans, zijn hoofd. Jan Reudink straalt ook in zijn kleding uit dat hij kunstschilder is. 'Het is bezetenheid. Ik schilder in eerste instantie ook puur voor mezelf. Om voor mezelf te bewijzen dat ik dit kan, dat ik in staat ben mezelf steeds weer te verbeteren. Die drang heb ik heel sterk. Ik heb veel aan sport gedaan. Daar had ik hetzelfde: beter worden. De mooiste dag in m'n leven was toen ik de Elfstedentocht reed en op Bonkevaart werd toegejuicht.'

In de kunst is hij een laatbloeier. Pas sinds 1997 stopt hij al zijn tijd in het maken van schilderijen. In de jaren daarvoor was hij directeur van een bedrijf in biologisch veevoer. Een familiebedrijf, sinds 1835 gevestigd in Lochem. Geleid door een Reudink die ofwel Jan ofwel Lambertus heette. 'Ik was voorbestemd om in de zaak te gaan. Wat ik er zelf van vond, werd niet gevraagd. Maar ik kan niet ontkennen dat ik het met plezier heb gedaan. M'n vader was destijds nog molenaar. Dat heb ik toch mooi gemeen met Rembrandt. '

Vanaf z'n prille jeugd was er de drang om te schilderen. Op al zijn reizen - en Reudink maakte er veel - ging een schetsboek mee. 'Ik was altijd bezig.' Lessen bij diverse kunstenaars schoolden hem in de kunst van het landschap. Kees Bos, bekend van het Natuurdiorama Holterberg, was een goede vriend. Een van de weinige. 'Ik heb ongelooflijk veel met hem opgetrokken, hoewel ons werk heel verschillend was. Hij schilderde wild in de natuur, zo precies mogelijk. Ik schilder de natuur zelf, op een manier die eigenlijk nog maar weinig te maken heeft met de werkelijkheid.' Een auto-ongeluk op de Afsluitdijk, acht jaar geleden, betekende de kentering. Reudink overleefde, maar wilde niet meer terug in het bedrijfsleven. 'Het was het laatste stootje dat ik nodig had om me zover te krijgen dat ik full-time ging schilderen. Voor mij was het een bevrijding. Ik doe nu wat ik leuk vind en kan er nog van leven ook: dat is een voorrecht dat slechts weinigen bezitten.'

Geneigd tot dromen was hij altijd al. 'Als mensen met iets geks bij me komen en het lijkt me wat, dan doe ik mee.' Zo was hij in de jaren negentig een tijdlang begeleider van een groep Russische marathonschaatsers. Reudink reisde heel Rusland af, organiseerde wedstrijden op verre meren en zoog tegelijkertijd de landschappen in zich op. In het boekje dat hij een paar jaar geleden uitbracht, prijkt een schilderij met een besneeuwd dorpje aan het Baikalmeer, te midden van rode landschappen van Toscane, mistige Schotse hooglanden en de duinen bij Texel.

'In feite zijn al mijn schilderijen reisimpressies. Die landschappen zitten in mijn hoofd. Op een gegeven moment komen ze er weer uit. Maar altijd anders. En steeds vanuit een ander gevoel. Een schilderij is niet alleen de verbeelding van wat ik zie, maar vooral ook van wat ik voel. Als ik schilder, laat ik mijn emoties de vrije loop. Ik hou van dikke lagen verf, felle kleuren die afwijken van de werkelijkheid.


Een schilderij is pas af als het zindert voor je ogen.'


Werk van de Barchemse kunstschilder Jan Reudink (65) is momenteel te zien in Galerie De Witte Kamer aan de Langestraat 47 in het Twentse Delden. De galerie is van woensdag tot en met vrijdag geopend van een tot zes, op zaterdag van elf tot vijf en op zondag van een tot vijf.




In Kräftigen Farben

In Kräftigen Farben


Reisimpressies van een dolende schilder


(artikel de Stentor, Gelders Dagblad)

door Sandra Bos

6 NOVEMBER 2003 - BARCHEM - Hij ziet eruit als een echte schilder, met zijn eeuwige vilten hoed en met verfstreken besmeurde broek. De hoed is van de reiziger, de broek van de schilder. Reiziger en schilder zijn verenigd in de Barchemse schilder Jan Reudink. Onlangs bracht hij een boek uit met een overzicht van zijn werk. De vervulling van een langgekoesterde wens.

Dolende schilder
(Foto Ab Hakeboom)


‘Reisimpressies. Eigen werk, een zoektocht‘, zo luidt de titel van het boek. Reudink bladert erin en vertelt liefdevol over zijn beste vriend Kees Bos, aan wie hij het opdroeg. Bos stierf vorig jaar, maar had al wel het voorwoord geschreven. Daarin noemt hij Reudink een geboren verteller.

Reudinks geschilderde verhalen vertellen vooral over de kleurexplosies die zich afspelen in mediterrane landschappen zoals ze zich ook in zijn ziel voordoen. Desolate landschappen verbeelden rustpunten in de zoektocht van een door onrust gedreven reiziger. Abstract werk getuigt van het zelfonderzoek van de denker. Reudinks reisimpressies spelen zich tegelijkertijd af in de hele wereld én in zijn geest.

Toen hij nog in de veevoer-sector zat, heeft Reudink veel reizen gemaakt. Ook tijdens zijn reizen als teamleider van Russische sporters. Altijd mét zijn schetsboek in de hand. ‘Die schetsen zijn mijn gereedschap voor een schilderij‘, zegt Reudink. ‘Die neem ik mee naar huis en daar ga ik aan het werk.‘

In Reudinks atelier slaat de eigenwijsheid toe. Daar verplaatst hij rustig een boom, laat hij een huis weg of voegt hij elementen toe. Alles in dienst van de verbeelding van het zelfportret, want ook al schildert Reudink een landschap: ‘Elk schilderij is een zelfportret.‘

In het boek is een aantal schetsen opgenomen. Kleine prentjes voorzien van krabbels en notities die in woorden uiting geven aan de zoekende geest van de reizende schilder. ‘Mensen vinden mijn schetsen kunst‘, vervolgt Reudink. ‘Schetsen vind ik eigenlijk illustraties. Schilderijen vind ik kunst.‘

Reudinks oeuvre is omvangrijk. Evenals het aantal stijlen dat hij exploreert. ‘Mensen nemen het me soms kwalijk dat ik veel stijlen hanteer. Maar ik ben een schilder zonder stijl. Een stijl pint de kunstenaar vast op één zienswijze. Ik wil niet ingekaderd zijn. Het experimenteren met verschillende stijlen betekent voor mij groeien in het schilderen. Ik ben wars van richtlijnen. Tijdens het schilderen laat ik me leiden door mijn instinct. Daarom noem ik mezelf ook instinctief impressionist.‘

Reudink heeft het boek ingedeeld in verschillende hoofdstukken. Die hoofdstukken verdelen zijn werk naar onderwerpen als mediterrane landschappen, zeelandschappen en indrukken van zijn reizen. Een apart hoofdstuk vormen de ‘Getuigenissen‘, wandobjecten met als vaste materialen oud hout, houtworm en boktor.

Het object ‘Voetpad naar Gomorra‘ verbeeldt de schoonheid én het gevaar dat kan schuilen in een vrouw. Die schoonheid verbeeldt Reudink in de genoemde materialen plus acryl, Versace en asfaltnagels. Begeleidende teksten geven deze Getuigenissen hun betekenis. Zo getuigt het Rikkepöstisch Manifest van de vernietigende vermogens van de mens, dat zich manifesteert in dubieus vervaardigde hekpaaltjes.

Al met al biedt het boek een heldere en in veelkleurige toetsen opgezet verhaal van Reudinks werk. Het is mede tot stand gekomen door het museum in Gross-Gerau, een dorpje nabij Frankfurt waar Reudink volgend jaar een overzichtstentoonstelling heeft. Het is voor 17,50 euro verkrijgbaar bij Boekhandel Lovink in Lochem en bij Jan Reudink zelf.
Top